20 t/m 29 juni 2025

dinsdag 29 juli 2025

Verslag Debat “Zijn we echt zo anders?”

Op woensdag 25 juni dook Tweetakt in de Vlaams-Nederlandse theaterpraktijk in dit openbare debat, waar theatermakers, gezelschappen, programmeurs en recensenten met elkaar in gesprek gingen.

2025. Tweetakt Festival. Theater Kikker. Vlaams en Nederlands Jeugdtheater: een debat. Photo: Allard Willemse

Door Marijn van der Jagt

 

Inleiding

Op 25 juni werd in Theater Kikker een middag gewijd aan de verhouding tussen het Vlaamse en Nederlandse jeugdtheater. Festival Tweetakt gaf met deze openbare gedachtewisseling een vervolg aan een eerdere bijeenkomst over dit thema op het Krokusfestival in Hasselt (de conclusies uit dat gesprek vind je hier). Een uitgangspunt voor dit Utrechtse vervolg was: Tweetakt programmeert elk jaar een ruime hoeveelheid Vlaams jeugdtheater vanwege de kwaliteit en originaliteit ervan. Voor veel van die Vlaamse makers is het festival een van de weinige plekken waar ze in Nederland hun werk kunnen tonen. De bekendheid van het Nederlandse publiek met dit bijzondere jeugdtheater is niet groot. Wat zijn daar de oorzaken van? Zijn we dan echt zo anders?

Uit de hoeveelheid aanwezigen – theatermakers, producenten en programmeurs uit Nederland en Vlaanderen – bleek interesse onder Vlaamse en Nederlandse professionals om hierover nader van gedachten te wisselen. De gesprekken op deze middag getuigden van de wederzijdse interesse in elkaars werk, van de waardering die Vlaamse en Nederlandse professionals hebben voor de kwaliteit van het jeugdtheater in beide buurlanden, en van het verlangen om meer voorstellingen over de landsgrenzen te kunnen spelen. De bekende onderlinge culturele verschillen werden benoemd, maar die bleken ook weg te vallen als Vlamingen en Nederlanders langer met elkaar samenwerken. Algemeen was de constatering dat er meer uitwisseling nodig is tussen Vlaamse en Nederlandse makers, programmeurs en producenten. En dat er een grote bereidheid om in die uitwisseling te investeren.

De middag werd gepresenteerd door gelegenheidsduo Els de Bodt, algemeen directeur van Hetpaleis, en theatermaker Jeroen van Arkel, die met zijn gezelschap Koen & Jeroen voorstellingen maakt voor jong en oud. Zij leidden ook twee van de vier interviews. De andere twee interviews werden geleid door journalist/dramaturg Marijn van der Jagt, die dit verslag heeft gemaakt. Schrijver Martijn van Arkel schreef tijdens het debat ‘mooie zinnen’ op, waar hij ter plekke een tekst van samenstelde.

 

Verslag debat per onderdeel

 

  1. Statement van Liv Laveyne

Als recensent en kenner van het Vlaamse jeugdtheater is Liv Laveyne gevraagd om haar visie te geven op het Nederlandse/Vlaamse jeugdtheater. Zelf is Laveyne op deze middag verhinderd, dus Jeroen van Arkel leest haar statement voor. Het is een pleidooi voor meer ‘grensoverschrijdend gedrag’ tussen Vlaanderen en Nederland, in het jeugdtheater en in de kunsten. De tekst vind je hier.

 

  1. Els de Bodt en Jeroen van Arkel spreken met Saskia Tilanus, programmeur bij de Utrechtse Stadsschouwburg, en Lisa Wiegel, artistiek leider van De Brakke Grond, over hun visie op het programmeren van Vlaams jeugdtheater

Na een getoond filmfragment van een Vlaamse (jeugd)voorstelling die tot hun persoonlijke favourieten behoort, vertellen Saskia en Lisa wat zij daar zo goed en mooi aan vinden. Saskia koos voor Are we not drawn onward to new erA van het Gentse gezelschap Ontroerend Goed (2017), filosofisch muziektheater over de worstelende mens op de grens van beeldende kunst, met live muziek van het Spectra Ensemble over de worstelende mens. Lisa koos voor het absurdistische anarchisme van Een voorstelling waarin hopelijk niks gebeurt (8+) van Jetse Batelaan, een co-productie van Bonte Hond en Artemis, ook uit 2017.

Saskia Tilanus en Lisa Wiegel vinden allebei dat er momenteel in Nederland te weinig Vlaams jeugdtheater geprogrammeerd. In het verleden was dat meer. En mede omdat het zo weinig gebeurt, is het moeilijk om daar publiek voor te vinden, stellen ze allebei. Omdat de makers en gezelschappen hier onbekendheid zijn. Als je een gezelschap over een lange tijd maar één keer programmeert, is het moeilijk om daar publiek voor op te bouwen. Lisa Wiegel constateert dat het Vlaamse jeugdtheater poëtischer en abstracter kan zijn dan het Nederlandse, een inhoudelijke/vormelijke kwaliteit die lastig kan zijn in de voorpubliciteit. Ze vindt het gesprek hierover met de betreffende makers niet altijd makkelijk. Beide programmeurs zien de noodzaak om te investeren in lange relaties met Vlaamse makers/gezelschappen, en willen zich daar ook graag voor inzetten.

Het vragenrondje uit de zaal gaat over de verschillen in de financiering van het Vlaamse en Nederlandse theater, die Vlaamse voorstellingen voor Nederland relatief duur maken. (Zoals Liv Laveyne in haar statement zegt: terwijl Vlaanderen subsidies geeft om te maken, geeft Nederland subsidies om te toeren.) Jolie Vreeburg, programmeur bij Theater Kikker, stelt dat je als programmeur de keuze kan maken om meer te investeren in het werven van publiek voor Vlaamse theatermakers, om de hogere kosten een beetje te compenseren. Alleen kunnen theaters dat maar bij enkele theatermakers/gezelschappen doen. (Zoals Kikker met Abbatoir Fermé, dat inmiddels in Utrecht publiek heeft opgebouwd.)

  1. Gesprek van Marijn van der Jagt met Katelijke Beukema & Eileen Graham van coupdeboule, Femi van Elshuis en Hanne Vandersteene (Grensgeval) over hun verschillende theateropleidingen in Nederland en Vlaanderen, en de aansluiting met hun praktijk als jeugdtheatermaker

De Vlaamse Hanne Vandersteene maakt met makersduo Grensgeval voorstellingen gebaseerd op circustechnieken en in samenwerking met beeldend kunstenaars en geluidskunstenaars. Voor de allerkleinsten, waar Hanne het liefste voor werkt omdat voor dit publiek nog alles mogelijk is. Als kind stond Hanne al op het toneel bij voorstellingen van Arne Sierens en Ballet C. de la B., en leerde daar om in grote vrijheid invallen te volgen en allerlei theatrale middelen in te zetten. Ze koos ervoor om naar de acteursopleiding van de Toneelschool Maastricht te gaan, omdat die de beste zou zijn. Een cultuurshock noemt ze dit. De opleiding was indertijd (2010) gericht op het analyseren en brengen van een tekst, terwijl zij toen al een passie had voor circuselementen en bij haar auditie-monoloog alle tekst had weggelaten. Een cultuurshock voor Hanne. Als Vlaamse, voor wie docenten autoriteiten waren, vond ze het heel moeilijk om haar eigen stem te vinden. Bij de Master die ze daarna volgde aan het KASK in Antwerpen, kreeg ze juist weer te horen dat ze veel vrijer moest zijn: waarom gooide ze de tekst niet uit haar voorstellingen? Maar deze tegengestelde visies op theater leerden Hanne dat ze haar eigen pad moest volgen. En al zit er weinig tekst in de producties van Grensgeval, ze is blij met de degelijke tekstkennis die ze opdeed in Maastricht.

Dat de Nederlandse Femi van Elshout haar solo Ik wil wit zijn voor een publiek van jongeren heeft gespeeld, kwam voort uit de aard van deze voorstelling, die zij maakte na haar afstuderen aan de Amsterdamse Acteeropleiding. De theatertaal die zij daarin spreekt, een combinatie van storytelling, spoken word en beweging, is net zo jong als zij zelf is. Femi vertelt dat de Acteeropleiding van de AHK vooral een makersopleiding is, waar ze in aanraking kwam met de meest uiteenlopende soorten van theater. Vlaamse theatermakers waren geen onderdeel van het aanbod, en jeugdtheater kreeg geen specifieke aandacht. Wat Femi niet gemist heeft omdat ze anders misschien (voor)oordelen hierover had meegekregen. Tweetakt programmeerde Ik wil wit zijn, en het ITA nam de solo op in haar scholierenprogramma. Voor jongeren spelen vond ze een bijzondere ervaring, vooral de nagesprekken met de jongeren, waarvan zij ervaren heeft dat die nodig waren bij haar solo. Ze is met Tweetakt in gesprek om een voorstelling te maken die gericht is op een jong publiek.

Katelijne Beukema en Eileen Graham waren bereid op het laatste moment mee te doen aan het debat, omdat Elias de Bruyne een fikse griep had. Zij vonden elkaar tijdens hun opleiding Acteren aan de HKU, en maken als coupdeboule speelse, associatieve en poëtische voorstellingen. Tweetakt ondersteunde hun eerste producties, en op dit festival staan ze met Brokkejok, een samenwerking van coupdeboule met jeugdtheatergezelschap Het Filiaal. Dat hun voorstellingen voor een jong publiek worden gepresenteerd, komt doordat anderen wat zij maken als jeugdtheater zien, vertellen Katelijne en Eileen. Zelf vinden ze dat er geen onderscheid zou moeten zijn tussen theater voor een jong en een volwassen publiek. Als Nederlandse makers voelen zij zich heel verwant aan het Vlaamse theater. Bij eerdere voorstellingen vroegen ze dan ook Elias de Bruyne en Jef Vangestel om hen te begeleiden, en ze zouden in de toekomst nog meer willen samenwerken met Vlaamse makers/gezelschappen.

  1. Marijn van der Jagt spreekt met de Nederlandse regisseur Jetse Batelaan en de Vlaamse dramaturg Koen Haagdorens over hun jarenlange samenwerking bij co-producties van Artemis en hetpaleis

Koen Haagdorens heeft vaak genoeg samengewerkt met ‘van die mondige Rotterdammers, waarbij je als Vlaming het gevoel krijgt dat je 10 keer zo traag denkt, en 20 keer zo traag praat. Dat je niet assertief genoeg bent. Wat allemaal waar is.’ Jetse Batelaan voldoet niet aan dat stereotype, zegt hij, die is juist heel bescheiden. Typisch Nederlands aan het werk van Jetse vindt Koen ‘het mandaat dat het jonge publiek krijgt’. In België worden kinderen op school nog altijd gevraagd om stil te zijn. Vlamingen zijn dan ook een heel aandachtig publiek. Maar bij Jetse Batelaans theater word je als kind in de zaal aangesproken op wat je van nature hebt: zin om je stem te laten horen, om luid te reageren. Bij Jetse mag dat, vanaf het toneel wordt ervoor gezorgd dat dit op een aanvaardbaar niveau blijft, zodat de voorstelling door kan gaan. Daarmee creëert Jetse een andere verhouding tussen de zaal en de scène. Er word niet paternalistisch vanaf de scène iets gebracht wat het publiek maar moet nemen; het publiek mag laten weten dat ze er zijn.

Wat Jetse Batelaan bij zijn samenwerking met hetpaleis typisch Vlaams vindt, is hetpaleis zelf. De schaal van het gebouw en de organisatie, daar kan Nederland een voorbeeld aan nemen, vindt hij.

Een huis met een groot decoratelier en een goed kostuumatelier, en een grote zaal waar je in kan repeteren. In Duitsland en Zwitserland heb je ook zulke productieplekken, maar die zijn ingebed in een rigide systeem. Bij HetPaleis is een enorme inhoudelijke betrokkenheid, een teamgevoel bij de hele organisatie. Dat zorgt voor een ‘productionele power om heel bijzondere voorstellingen te maken’. Jetse: het is een schande dat zoiets niet bestaat voor het Nederlande jeugdtheater. De naam alleen al: een paleis waar kinderen naartoe kunnen. Wij moeten in Nederland ook een Paleis hebben!

 

  1. Els de Bodt en Jeroen van Arkel praten met jonge makers Jonas Baeke en Sonja van Ojen & Henrik Kegels over waarom ze jeugdtheater maken en over hun visie op de relatie tussen Vlaanderen en Nederland.

Vlaming Jonas Baeke stond eerder op Tweetakt met Bambiraptor en Infinity Forever, twee beeldende jeugdvoorstellingen over de binnenwereld van kinderen die hij samen met Mats Vandroogenbroeck (en anderen) maakte bij De Kopergietery. Voor hem geeft jeugdtheater antwoord op de vraag: waarom en voor wie maak je theater? Wat hem aan jeugdtheater bevalt is ‘het gegijzelde publiek’: kinderen moeten vaak verplicht naar zo’n voorstelling komen kijken. ‘De samenleving wordt daar dan ook even gegijzeld.’ Creativiteit begint voor hem bij het vraagteken. En zeker toen hij nog op het KASK zat, zag hij bij theater voor volwassenen vooral statements. Het jeugdtheater vertrekt meer vanuit naïviteit, vanuit dingen die normaal lijken maar toch niet zo normaal zijn. Dat linkt thematisch wel goed met de voorstellingen die Jonas en Mats tot nu toe gemaakt hebben. Voor een jeugdig publiek spelen noemt Jonas ‘een extra opleiding na de opleiding’, omdat de reacties zo eerlijk zijn en zo rechtstreeks. Het vereist een dramaturgische scherpte: iets wat te lang duurt moet een reden hebben, en het wachten moet worden beloond. Kinderen zijn heel regelbewust, zegt hij: wat kan wel en wat kan niet? Dat is voor hem een bron van creativiteit. Proberen de regels van het leven en de maatschappij proberen te coderen, en daar constant vragen over stellen.

De Nederlandse Sonja van Ojen is samen met Vlaming Henrik Kegels het gezelschap Plankton, dat zich met bijna woordloos beeldende theater ook op een jong publiek richt. Sonja voelt een grote verantwoordelijkheid voor kinderen die vanuit school komen kijken: die ene voorstelling die ze zien, moet dan wel een ‘knaller van een banger’ zijn. Ze houdt van gillende kinderen in de zaal, dat geeft zo veel energie!

Henrik Kegels: Kinderen ervaren theater veel intuïtiever, die vóelen een voorstelling. Dat is ook hoe Plankton voorstellingen maakt: vanuit het gevoel. Dat geeft heel veel vrijheid.

Over het spelen in Nederland zegt Jonas Baeke dat hij zijn voorstellingen vaker in Nederland zou willen spelen. ‘Dat voelt zo logisch: het zijn mensen die onze taal spreken. Maar als je geen naamsbekendheid hebt, komt er niet heel veel publiek. Op festivals als Tweetakt en Jonge Harten is er (georganiseerde) uitwisseling met het publiek, en met andere makers. Maar één keer naar een theater komen, voelt ‘een beetje verweesd’. Het is ingewikkeld om vanuit Vlaanderen theaters te benaderen, naast Kikker, Maas en De Brakke Grond. Vanuit België weet niet of jouw werk bij een Nederlands theater past, en omgekeerd zal dat ook zo zijn. Zijn suggestie om de onderlinge uitwisseling te verbeteren: het zou handig zijn als mensen die hier expertise in hebben, theatermakers zouden kunnen helpen om in contact te komen met de juiste theaters over de grens.

Sonja van Ojen werkt samen met Henrik die uit België komt. Van begin af aan wilde Plankton daar spelen, zodat Henriks familie ook kon komen kijken. Het lukt altijd wel om daar een paar keer te staan, maar niet om er een echte tournee te maken. De oversteek is moeilijk aan beide kanten van de grens, zegt Sonja.

Henrik Kegels: wij doen echt onze best om Vlaamse theaters te benaderen en om co-producenten te zoeken, maar de durf om ‘ja’ te zeggen ligt bij de programmeurs. Hij zegt dat er voor Nederlandse theatermakers een extra drempel is in België. Naast de kunsthuizen, waar Plankton makkelijker binnenkomt, zijn er de vele culturele centra, waar Nederlandse gezelschappen moeilijk toegang toe krijgen. Die hebben ook weinig ruimte voor het programmeren van theater, sommigen maar vier voorstellingen per jaar. De verbeteringssuggestie van Henrik: laat jonge makers een tournee maken in Nederland én in Vlaanderen. Voor jonge makers is het heel belangrijk om veel speelbeurten te hebben, omdat je van het spelen van je voorstelling het meeste leert. Binnen één provincie zullen niet veel theaters jonge makers boeken, omdat die nog te weinig publiek hebben. Als zij nou bijvoorbeeld kunnen spelen in Breda, Gent en Groningen, dan kunnen die jonge makers toeschouwers trekken vanuit een groter gebied en daarmee hun publiek opbouwen.

Na afloop van het gesprek brengt Ellen Blom Stichting Raamwerk onder de aandacht, het netwerk van Nederlandse en Vlaamse programmeurs en theaterdirecteuren die zich inspannen om bijzondere buitenlandse producties in beide landen te presenteren. Blom, de coördinator van dit netwerk, nodigt theatermakers met vragen hierover uit om zich bij haar te melden (ellenblom@stichtingraamwerk.nl). Laura van Hal van Wirwar Producties meldt dat het haar gelukt is om bij de Vlaamse culturele centra binnen te komen, dankzij een contactpersoon daar die zich voor haar voorstellingen heeft ingezet. Het kan dus wel, wil ze maar zeggen.

 

  1. De eindtekst van Martijn van Arkel

De tekst die Martijn van Arkel tijdens het debat heeft geschreven naar aanleiding van de gesprekken, wordt voorgelezen door Jeroen van Arkel (tevens zijn broer). Deze tekst vind je hier.

 

Foto’s: Allard Willemse.

 

onze nieuwsbrief ontvangen?

Schrijf je in en blijf op de hoogte van de laatste festivalnieuwtjes.

Draai je scherm om het blokkenschema te kunnen bekijken
In Theater Kikker kun je ook diverse kunstwerken bekijken, vanaf één uur voor aanvang van iedere voorstelling. Toegang tot Kikker is gratis, voor de voorstellingen zelf moet je wel een kaartje kopen.

Afstanden:

Terug naar overzicht
icon_arrow-back icon_arrow-prev icon_arrow-right icon_laicos-bf icon_laicos-gi icon_laicos-tt icon_laicos-ty spacer_wiggle-red icon_play